Donderdag 18 februari, de dag van mijn allereerste schaatswedstrijd ooit. Dat is een goede grap natuurlijk, ik ben helemaal geen schaatser, heb welgeteld één schaatstraining bij Tjas volbracht, pootje over is nog ver buiten mijn bereik (waarom kan deze wedstrijd niet gewoon op het Paterswoldsemeer of het Damsterdiep, gewoon lekker rechtuit!), maar ja, die Studentenduursportcompetitie hè…
Uiteraard heb ik mij zeer geconcentreerd voorbereid. In de dagen voorafgaand aan de wedstrijd heb ik uitvoerig de beelden bestudeerd van de gouden Marianne Timmer in Nagano en Turijn, de gouden Gerard van Velde in Salt Lake City, en natuurlijk de gouden Sven Kramer in Svencouver. Onze Olympische Kampioen op de vijf kilometer gebruikt deze techniek zelf ook, dus dit lijkt me een goede manier is om goud te winnen. Zo moet het, hield ik mezelf steeds voor. En zeg nou zelf, het ziet er toch doodsimpel uit, zo’n Sven die over het ijs glijd? Hoe moeilijk kan het zijn? En bovendien, hoe lang is een kwartiertje nou eigenlijk? Dat stelt toch niks voor!
Dus fiets ik ’s middags met mijn eigen zojuist geslepen lage noren naar Kardinge. En ondanks het feit dat dit toch puur voor de lol zou moeten zijn, zonder enige druk om echt te presteren (realistisch gezien dicht ik mijzelf geen enkele kans toe op een mooie prestatie, tenzij verder iedereen geweldig onderuit gaat en ik als enige blijf staan :D), voel ik toch een bepaalde nerveuze wedstrijdspanning opkomen. Een competitieve instelling komt toch boven en ik denk bij mezelf: ‘Als ik maar géén laatste ga worden, dat laat ik toch niet gebeuren!’ Gelukkig staan er samen met mij nog meer dan 50 anderen aan de start, dus ik heb goede hoop dat daar nog meer schaatsers van niveau ‘ik-blijf-net-overeind-en-kan-geen-bocht-schaatsen’ tussen zitten.
Eenmaal binnen hoor ik dat ik in de tweede startserie ben ingedeeld (dan kan ik de kunst nog mooi even afkijken) en… dat ik mag starten met startnummer 2! Dat geeft een mens vertrouwen.
En dan komt het moeilijkste: wat aan te trekken? Strakke tight? Hmm dat staat zo snel; trainingsbroek dan maar? Hmm, dat zit weer minder fijn. Toch maar een strakke tight dus (of eigenlijk 2 over elkaar). En ter compensatie dan maar mijn Tritanium trui aan houden, dan staat het geheel weer iets minder snel. Even een rondje inschaatsen (Tsjonge wat maken geslepen schaatsen een verschil, en tsjonge wat is het ijs toch glad!), en dan is het zover. Het moment van de waarheid. U heeft 15 minuten…
Eenmaal op weg gaat het eigenlijk best lekker, beelden van Timmer, van Velde en Kramer schieten door mijn hoofd en ik beeld me in dat ik net zulke prachtige slagen maak (ik heb een zeer rijke fantasie :D). Nou ja op het rechte eind dan, door de bochten heb ik een soort step-techniek uitgevonden waardoor ik toch nog enige snelheid houd. En ik durf het zowaar aan om 1 bocht pootje over te proberen. Zie je wel, hartstikke makkelijk. Hoe lang ben ik eigenlijk al bezig? Shit nog maar 5 minuten? Mijn benen gaan nu al protesteren. Maar… niet aan denken, lange slagen, goed zijwaarts en concentreren. Ja, zo gaat het weer goed. Hoewel, het continue voorbijrijdende treintje met Tjassers is wel een beetje deprimerend.
En dan, terwijl de klok inmiddels 10 minuten aangeeft gebeurd het: ik wordt ingehaald… en mijn inhaler besluit pardoes om het ijs eens even van wat dichterbij te bekijken. En ik ben natuurlijk de beroerdste niet, dus ik besluit ook mee te doen aan deze ijs inspectie en letterlijk mijn neus op het ijs te drukken. Shit shit shit, dit was niet de bedoeling van de vergelijking met Marianne Timmer (hoewel ik in tegenstelling tot Marianne aan deze val gelukkig geen dubbele enkelfractuur over houd). Snel opstaan dus en rap verder schaatsen want mijn achtervolgers zitten mij op de hielen! Maar het ritme wil niet echt terug komen, en de coördinatie over mijn ineens trillende beentjes ook niet. Zonder enige techniek schaats ik dan ook mijn laatste minuten uit, enorm blij dat die 15 minuten er op zitten. Mijn benen zijn zo aan het protesteren dat ze niet eens meer de mogelijkheid zien om na de finish te remmen, dus besluit ik nog maar een rondje door te glijden.
Lange tijd om stil te staan bij mijn geweldige prestatie is er niet, want het spinning uur van Tritanium staat ook nog op het programma. Dus terwijl serie drie van start gaat spring ik snel op de fiets richting de Aclo. Mijn doelstelling heb ik gehaald: geen laatste, hoera! Met de uitslag ben ik uiteindelijk best tevreden, Hoewel de winnaars (Ben van Oeveren, Jan Jouke Mulder en Irene Lako) hebben bijna 2x zoveel geschaatst als ik. Misschien is het toch een idee om voor een volgende keer toch eens iets vaker te trainen in plaats van schaatsvideo’s te bekijken! Dat wordt dus de tip voor volgend jaar. En nu… op naar de roeiwedstrijd!
Trienke IJmker